Tot de dood ons scheidt

“Gaat u iemand blij maken”, vraag ik de oude heer als we allebei voor het stoplicht moeten wachten. Als antwoord op mijn vraag kijkt hij meteen naar de grote, rode envelop in zijn linkerhand waarop in sierlijke letters zorgvuldig de naam van de ontvanger is geschreven. Linksboven ontwaar ik zelfs een glinsterend hartje. Zijn blik blijft liefkozend op het poststuk hangen: “Het is een kaart met een gedicht voor mijn meisje”, antwoord hij zacht met schorre stem. “Ik ben zó blij dat ik haar na al die jaren weer gevonden heb. Binnenkort verhuis ik naar mijn geboortedorp en dan wonen we weer vlak bij elkaar en zal ik haar nóóit meer uit het oog verliezen”.

“Hebt u tijd voor een kleine pauze, daar op het bankje bij de brievenbus?”, vraag ik de man. Na 50 km op mijn racefiets kan ik wel een een rustmomentje gebruiken, maar nog belangrijker: ik vermoed een mooi verhaal dat nodig verteld moet worden. Meneer vindt het goed en als het verkeerslicht op groen springt, haast hij zich met zijn magere, kromme benen in de veel te grote korte broek naar de brievenbus om als eerste neer te ploffen op het bankje. En dan vertelt hij.

Hoe ze als buurkinderen dag en nacht samen speelden. Toen gewoon als vriendjes die elkaar eeuwige trouw hadden gezworen. Hoe hij haar had gered toen ze op de sloot naast hun huis door het ijs zakte. Hij was zo bang geweest dat hij haar nooit meer terug zou zien, dat hij haar maar meteen om verkering vroeg zodra hij haar uit het koude water had getrokken. Tien waren ze en vast voornemens om voor altijd bij elkaar te blijven. Maar in 1947 verhuisden zijn ouders naar Canada en natuurlijk moest hij mee. Hij zag of hoorde haar nooit meer, maar altijd bleef hij aan haar denken.

Zeven jaar geleden was hij met zijn kinderen naar Nederland gekomen voor een groot feest. Daar raakte hij in gesprek met een jonge vrouw die de kleindochter van zijn vroegere buurmeisje bleek te zijn. “Oma heeft zo vaak verteld over de buurjongen die naar Canada verhuisde en waar ze zeker mee getrouwd zou zijn als hij in Nederland was gebleven.” Na dat feest kwam van het een het ander. Ze zijn gaan schrijven; ellenlange brieven over hun levens, hun verlangens en vooral ook over dat ene, grote gemis. Een half jaar geleden nam hij rigoureus het besluit om voorgoed terug te gaan naar Nederland. En nu woont hij tijdelijk bij zijn broer. “Maar binnenkort kan ik dus naar mijn eigen huisje. Ik laat haar nooit, nooit meer gaan. Meer dan 75 jaar heb ik op haar moeten wachten, maar nu blijf ik de jaren die mij nog resten dicht bij haar. Ze is nog altijd even mooi. En zo lief!”, laat hij mij met een twinkeling in zijn ogen weten. “Ik heb nog nooit zo veel van iemand gehouden. Ze was en is mijn meisje en dat blijft ze tot de dood ons scheidt”.

Ik bedank de oude heer voor dit prachtige verhaal en wens hem veel geluk en vooral nog heel veel gezonde jaren.

Eén opmerking over 'Tot de dood ons scheidt'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: