Teva’s en crocs

Het is een bekende uitspraak: ‘if you can’t beat them, join them!’. Op twee momenten is deze uitspraak voor mij belangrijk geweest. Ik zal het je vertellen. Uit mijn verhalen is al wel gebleken dat ik een verwoed wandelaar ben. En ook kamperen doe ik bijzonder graag, maar daarover later meer. Helaas zijn de wandelingen in de loop der jaren iets korter geworden. Waar ik vroeger nog met gemak 25 tot 30 km wegstapte op een dag, vind ik nu zo’n 15 km ook wel genoeg. Maar ondanks deze ingekorte afstanden zijn de wandelingen nog altijd sportief en beslist geen kuiertje.

Bij sportief wandelen hoort een zeker imago; al helemaal als het over de wat langere afstanden gaat. De kleding én de rugzak die je draagt zeggen iets over het type wandelaar dat je bent of wilt zijn. Mijn ideale wandelkleding begint bij hoge wandelschoenen van een goed merk en échte wandelsokken. Vroeger droeg ik meestal een korte broek, maar gezien het verhoogd risico op tekenbeten draag ik tegenwoordig een dunne lange broek. Het shirt moet ventilerend zijn en goed vocht opnemen. De rugzak heeft genoeg ruimte voor mijn proviand en het nodige water, maar ook voor een regen- en/of windjackje, de verrekijker en het fototoestel. Bij felle zon draag ik een cap, maar ik ga nooit serieus wandelen met een hoedje op. Bij pittige klimmetjes gebruik ik graag een verstelbare bergstok.

Sandalen zijn wat mij betreft géén wandelschoenen. Sandalen vind ik suffig en saai. Al hélemaal als er ook nog sokken in zitten. Hoe vreselijk oubollig wil je het hebben? Sandalen zijn not done! Maar dát zag de vriend toch anders. Bij de wat kortere wandelingen loopt hij graag op van die lelijke Teva’s. Je kent ze wel: die minimalistische sandalen met overal van dat verstelbare klittenband. Kan het nog lelijker? Hemel en aarde heb ik bewogen om hem uit dit afschuwelijk schoeisel te krijgen, maar geen enkel argument was steekhoudend genoeg. Die Teva’s zijn wat hem betreft gewoon uitermate praktisch. “Je stelt ze supersnel bij en kunt er zonder problemen mee in het water lopen.” Toen duidelijk werd dat ik het niet ging winnen van dat vermaledijde schoeisel, besloot ik er zelf ook maar een paar aan te schaffen. Mijn gekrenkte wandelaarsimago nam ik stilletjes voor lief.

Maar toen ik twee jaar geleden een paar groene crocs kocht voor op de camping (ik zei het al: ben een verwoed kampeerder) waren bij de vriend de rapen gaar. “Crocs, dat doe je toch niet,” riep hij vol afschuw uit. “Dat is zó ordinair! Geen enkel zichzelf respecterend mens loopt op crocs.” “De halve wereld loopt op crocs,” was mijn verweer. “Zelfs beroemdheden en influencers hebben de crocs omarmd. Je schiet ze snel aan en uit en als ze vies zijn, spoel je ze gewoon af onder de kraan. Hoe gemakkelijk wil je het hebben? Ook om even de tuin in te lopen, zijn mijn crocs ideaal. Het gemak dient de buitenmens.” Toen de vriend ontdekte dat géén van de door hem opgevoerde argumenten mij van mijn zeer gewaardeerde crocs af kon brengen, besloot hij het over een andere boeg te gooien. Ook hij schafte een paar crocs aan. Die waren makkelijk te krijgen in maat 47. Heel veel mannen van zijn formaat lopen op crocs.

“If you can’t beat them, join them!” Ik wou dat populisten zoals Wilders en Trump ook eens een keer zouden toegeven dat je niet alles kunt verslaan wat jou niet zint. Als zij zich nou eens een keer ergens bij aan zouden sluiten in plaats van altijd tégen te zijn, zou er een wereld voor hen open gaan. Een betere wereld, dat weet ik zeker.

Join them, if you can’t beat them. Just join them!