


“Welkom! Heb je het makkelijk kunnen vinden?”. Met deze uitermate vriendelijk klinkende vraag, begroet de gastvrouw van de Wageningse leeskring mij als zij haar voordeur opent. Toch is het ook een beetje een gekke vraag. Een volkomen zinloze vraag eigenlijk, nu ik er eens goed over nadenk. Tenminste voor de mens die een beetje met de tijd is meegegaan.
Het adres waar ik mij nu meld, was mij tot voor kort onbekend. Ik woon inmiddels een paar jaar in Wageningen, maar er zijn nog altijd meer straten die ik niet dan wel ken. Toch is dat helemaal geen probleem: Google maps biedt uitkomst. Ik ontdek al gauw dat mijn leeskringmaatje slechts 10 minuten fietsen bij mij vandaan woont. Ik bekijk de kaart nog eens goed, volg met mijn vinger de straten die ik moet nemen en prent de korte route in mijn hoofd. Zou ik al fietsend toch nog even twijfelen aan de route – wat volgens mij bijna onmogelijk is – dan kan ik de navigatie-app op mijn telefoon raadplegen. Want de telefoon heb ik altijd bij mij. Wat kan een mens tegenwoordig nog zonder telefoon? Helemaal niets! Dus om de vraag aan het begin van dit verhaal eindelijk maar eens te beantwoorden: “Ja, ik kon het het gemakkelijk vinden. Je ziet het: ik ben er. En nog op de afgesproken tijd ook.”
Nu doe ik hier een beetje cynisch, maar de vraag ‘of ik het heb kunnen vinden’ krijg ik vrijwel iedere keer als ik voor het eerst bij iemand op de stoep sta. Wat is dat toch dat mensen het idee hebben dat hun gasten een uiterst complexe reis moeten maken voordat zij zich kunnen melden op het afgesproken adres? Alsof Nederland één groot onherbergzaam gebied is, zonder fietspaden, snelwegen en informatieborden. Alsof je overal vastloopt op omleidingen en wegversperringen zonder duidelijke instructie hoe de weg vervolgd moet worden. Maar kom op hè. De weg niet kunnen vinden is echt niet meer van deze tijd. ‘Zoeken en verdwalen’ deden we in de vorige eeuw toen we het 100.000 Stratenboek er nog bij moesten nemen of zo’n onhandig grote wegenkaart. Als je tegenwoordig aan je gasten vraagt ‘of ze het hebben kunnen vinden’, is dat een belediging. Al duiden de Britten dit soort holle beleefdheidsfrases nog altijd vriendelijk aan als ‘making conservation’. Iets wat je nu eenmaal nodig hebt als je elkaar nog niet zo goed kent.
Laatst kwam een van de leden van onze leeskring niet opdagen op de afgesproken datum en tijd. “Zou Piet onze afspraak vergeten zijn?”, vroeg de gastvrouw zich bezorgd af. “Of zou Piet het gewoon niet kunnen vinden?”, opperde iemand anders. Gelukkig konden we Piet bellen en wat bleek: Piet stond bij een andere kringgenoot voor de deur. Hij vroeg zich al enigszins geïrriteerd af waarom de deur niet werd geopend.
Tja, navigeren is één, maar ook je afspraken goed noteren is natuurlijk cruciaal. Dat doe je bij voorkeur in de agenda op je telefoon, want die heb je altijd op zak. De papieren agenda wil nog wel eens op de keukentafel blijven liggen. Ga dus gewoon met de tijd mee en blijf niet hangen in die vorige eeuw toen alles nog complex en ongemakkelijk was. (Of vond je dat Stratenboek stiekem toch wel handig?) Voor ‘making conservation’ moeten we maar iets anders verzinnen.
Praten over het weer bijvoorbeeld.