


“Zou het Saromatoetje nog bestaan?”, vroeg de vriend zich hardop af. Saroma… dáár heb ik goeie herinneringen aan! In mijn kindertijd vond ik dit zo’n beetje het lekkerste toetje dat er bestond. Nog lekkerder dan ijs! Als mijn moeder een pakje Saromapudding uit de voorraadkast pakte, kon mijn dag niet meer stuk. Ik keek toe hoe zij een grote kom vulde met 500 ml koude melk, het pakje opende, de poeder met kleine beetjes tegelijk aan de melk toevoegde en klopte alsof haar leven ervan afhing. Het geheim van deze pudding was niet alleen de uitzonderlijk lekkere smaak van vanille, aardbei, karamel, banaan, chocolade of framboos, maar zeker ook de verfijnde structuur. Als alles goed, maar dan bedoel ik ook écht goed, geklopt was, werd de schaal afgedekt en weggezet in de koelkast. Daar stijfde de pudding op en kreeg het dessert de zo karakteristieke gaatjes. En dát vond ik mooi!
Op feestdagen werd de pudding opgevrolijkt met vers fruit en soms zelfs met een flinke toef slagroom. Maar voor mij hoefde dat allemaal niet. Saroma in haar zuiverste vorm was voor mij het ultieme dessert.
De Rotterdamse Van Nelle introduceerde Saroma begin jaren vijftig van de vorige eeuw. Al gauw werd het toetje een gewild product in menig Nederlands gezin. In 2002 nam dr. Oetker het puddingpoeiertje over en veranderde de naam stante pede in kloppudding. Nou ja zeg! Het lekkerste toetje gewoon even van naam veranderen. Omdat het dan beter bij je Klop-Klop slagroom zou passen. Dat doe je toch niet!
De vraag van de vriend had het ouderwetse Saromatoetje weer helemaal tot leven was gewekt. Meteen ben ik naar de supermarkt gegaan om Kloppudding in alle nog bestaande smaken te kopen. Die avond kreeg mijn favoriete smaak, banaan, de primeur. Ik gebruikte precies de juiste hoeveelheid melk, voegde het poeder in kleine beetjes toe, klopte met mijn moeder in gedachten alsof mijn leven ervan afhing, zette de schaal afgedekt weg in de koelkast en gaf de pudding alle tijd om op te stijven en haar gaatjes te vormen. Na het hoofdgerecht zette de vriend mij een mooi schaaltje Saroma voor, opgesierd met wat vers fruit al had dat voor mij niet gehoeven. Met torenhoge verwachtingen nam ik een hap van mijn – na zovele jaren hervonden – toetje. “Dit wordt smullen!”, zei ik nog tegen de vriend. “Dit is het hoogtepunt van de dag. Mijn dag kan niet meer stuk!”
Maar je voelt het al aankomen: het tegendeel was waar. Wat een vieze, gore, zoete, chemische troep hapte ik hier naar binnen! Was dat vroeger ook al zo? Dat kán gewoon niet! Ik ben toch niet gek? Hoe heb ik deze mierzoete zooi zó op een voetstuk kunnen zetten? Is mijn smaak echt zo veranderd of heeft dr. Oetker het poedertje gemanipuleerd?
Wat er ook gebeurd is, met één hap is mijn dierbare jeugdherinnering volledig naar de filistijnen gegaan. Nooit, echt nooit meer, eet ik nog een Saromatoetje, of Kloppudding. Whatever.
Hier klopt gewoon iets niet!