De heks van Ameland

Je zult maar te boek staan als ‘de heks van Ameland’. Niet iets om trots op te zijn. Maar als je het verhaal kent achter deze scheldnaam wordt het helemaal treurig.

Het begint allemaal bij de weduwe Ritske Mooi. Ritske woont in ’t Oerd op Ameland. Daar waar het groen van de duinen ophoudt en de eindeloze stranden beginnen. Ritske is net 30 jaar als ze haar man Sjaak verliest. “Meegenomen door de zee”, zeggen de eilanders als een vissersboot niet terugkomt.

Al sinds de kleuterschool heeft Ritske een oogje op de kleine, stoere Sjaak die als vierjarige met zijn vader mee mag op de kotter om het zeevissen te leren. Hoe ouder de jongen wordt hoe gemakkelijker hij de vis binnenhaalt. Sjaak groeit uit tot een knappe, sterke kerel en Ritske blijft stapelverliefd op haar visser. Ze trouwen als zij 18 is. Zonder poespas, want er is niet veel geld. Maar het stel is gelukkig.

Toch is Ritske ook vaak bang; zeker als Sjaak met slecht weer de zee op gaat. Maar Sjaak lacht om haar zorgen. Hij is nergens bang voor en zéker niet voor de zee. De golven kunnen hem niet hoog genoeg zijn. Tot die ene dag dan. Het schip vergaat en Ritkse blijft alleen achter met hun zevenjarige zoon.

Haar verdriet is inmens groot. Wat moet ze zonder haar Sjaak?. Maar nóg groter zijn haar zorgen om geld. Toen Sjaak er was, konden ze redelijk rondkomen. Zeker ook, omdat Ritske wat kon bijverdienen met verstelwerk voor de dorpsbewoners. En óók, omdat de kleine jongen elke dag ging jutten op het strand. Iedere keer vond hij wel iets dat bruikbaar was of verkocht kon worden. En och, ze hadden niet veel nodig.

Maar na de dood van Sjaak is het leven loodzwaar. Vaste inkomsten zijn er niet meer. De dorpsbewoners gaan Ritske zelfs mijden. Bang voor het grote verdriet dat zich aftekent op haar gezicht. Elke week wordt het verstelwerk minder. Ritske piekert en piekert en tijdens een van de vele doorwaakte nachten besluit ze om voortaan met de jongen mee te gaan op zijn tochten over het strand. Zo wordt Ritske een juttersvrouw die genoegen moet nemen met wat de zee haar geeft.

Tot haar verbazing spoelt er best veel aan. Kleding, blikjes met eetbare inhoud, hout voor de kachel en soms vaten met drank. Natuurlijk weet Ritske ook wel dat deze spullen afkomstig zijn van schepen die lading verliezen in een storm. Of erger: van schepen die zijn vergaan. Maar ze heeft toch geen keus? Zelfs niet als ze op een dag, na een zware storm, twee lijken ziet liggen. Heel even is ze in dubio, maar dan ontdoet ze de lichamen snel van hun kleding en sieraden. Pas dagen later meldt ze bij de begrafenisondernemer dat er lijken op het strand liggen die nodig geborgen moeten worden.

Ondanks hun teruggetrokken leven roddelen de dorpsbewoners over moeder en zoon. Ritske krijgt de naam een lijkenpikker te zijn. Of misschien is het zelfs wel erger! Misschien neemt ze de lichamen mee naar huis om ze aan hekserij te onderwerpen. Die Ritske Mooi is een rare. Dat ziet toch iedereen! En zo verandert de weduwe die geen mens kwaad doet, in een zonderling waar je voor uit moet kijken.

De roddels over Ritske en haar zoon worden met de dag sterker. Aanvankelijk probeert de jongen al die onzin nog te weerleggen, maar ook hij krijgt hoon en scheldpartijen. Door de aanhoudende laster besluit hij Ameland voorgoed te verlaten en tekent in voor de grote vaart. Met pijn in zijn hart neemt hij afscheid van zijn moeder. Ritske is ten einde raad. Haar Sjoerd mag niet weggaan. Maar de jongen gaat.

Vanaf die dag loopt Ritske, ziek van verdriet, elke avond naar het meest westelijke puntje van het eiland. Daar waar de grote rood-witte vuurtoren staat. Bij de voet van de vuurtoren tuurt ze urenlang over de zee in de hoop het schip van Sjoerd voorbij te zien gaan. Haar hart doet zo’n pijn. Ritske is een moeder in onmetelijk diepe rouw.

Toch zien de dorpsbewoners dát anders. Aan de stamtafel vertellen ze elkaar hoe Ritske Mooi elke nacht met een zwaaiende lantaarn bij de vuurtoren staat. Met haar lamp lokt ze de schepen naar de kust, zodat ze vastlopen op de zandbanken en zij de lijken kan beroven. Haar lange, vettige haren, knokige armen en haar voddige kleren zijn toch hét bewijs dat deze vrouw een heks is. Ritske is de heks van Ameland.

Nog altijd staat er een beeldje op het eiland dat herinnert aan Ritske Mooi. Bij het beeldje in het kort haar verhaal. Overigens een heel ander verhaal dan de versie die ik nu vertel. Ritske is 50 jaar geworden. Op een avond kon ze het verdriet niet langer dragen en in is ze de koude zee in gelopen om nooit meer terug te komen.

Hoe anders zou het met Ritske gegaan zijn als iemand indertijd haar verdriet had gezien en een arm om haar magere schouders zou hebben geslagen? Als iemand de liefde zou hebben gehad om haar zo af en toe een pannetje soep te brengen. Even naar haar te luisteren. Maar nee. De eilanders oordeelden en hadden hun eigen waarheid.

Ritske was ‘de heks van Ameland’ en dat zal ze tot in lengte van dagen blijven.