


“It’s water!”, zegt de op en top Engelse dame in haar uiterst keurig mantelpakje met een stoïcijns gezicht. “It’s water”, herhaalt ze nog maar eens. Samen met een vriendin ben ik een paar dagen in Londen en naast het bezoeken van alle highlights van deze indrukwekkende stad moeten we natuurlijk beslist ook een kijkje nemen in het beroemde warenhuis Harrods. De kledingafdeling hebben we al bezocht, maar daar is alles zó duur en chic dat we niet eens een jurkje uit het kledingrek durven te pakken. Al zal ‘kledingrek’ zeker niet de juiste benaming zijn voor de haute couture die ze hier verkopen. “Deze afdeling is niet voor ‘ons soort vrouwen'”, concludeer ik dan ook al snel. “De parfumerie afdeling zit op de begane grond” laat mijn vriendin weten. “Ik denk wel dat we daar een geurtje mogen uitproberen. Je moet toch eerst even ruiken alvorens je een poepduur luchtje aanschaft”, voegt ze er nog in alle redelijkheid aan toe.
Mijn vriendin en ik zijn verzot op lekkere geurtjes en zonder decadent te willen doen, kan ik zeggen dat er best een paar behoorlijk dure luchtjes in beider badkamerkastjes staan. We weten dus waar we over praten en we weten óók dat er eerst geroken moet worden om te kunnen beoordelen of de geur bij je past. En aangezien een parfum zich pas ontwikkelt op je huid, moeten ze je beslist niet aan een kartonnetje laten ruiken zoals ze dat in veel parfumerieën doen. Het parfum moet lichtjes op de binnenkant van je pols gespoten worden waarna je een paar minuten wacht en dán pas ruikt.
Okay: lichtjes op de binnenkant van de pols spuiten, wachten en dan pas ruiken. We beginnen bij dat ene geurtje dat hoog op ons verlanglijstjes staat, maar echt veel en veel te duur is. “Ik ruik niks!”, zegt de vriendin vol verbazing als ze de sprayknop van het flesje stevig indrukt. En meteen drukt ze het knopje nog eens ferm naar beneden. “Ik ruik ook helemaal niks”, laat ik haar weten. Boos over het feit dat ons reukorgaan ons uitgerekend vandaag volkomen in de steek laat terwijl er zo veel lekkere geuren voorhanden zijn, drukken we op het ene na het andere flesje. Maar of we nou hard of zacht drukken: er gebeurt niets. Geen geur die ons volgens de beloftes op het flesje in vervoering brengt, geen gelukzalig gevoel en geen zwoele zomeravondbries. Helemaal niets van dat alles!
“Maar zojuist op straat rook ik toch nog van alles?”, roep ik vertwijfeld uit naar mijn vriendin. Ik rook toch écht die vette lucht van de fish and chips en die doorrookte zwerver met een walm van alcohol. “Dat rook jij toch ook?” vraag ik haar bijna wanhopig. Dus: “Hoe kan dit nou, hoe kan dit nou?” vragen we ons repeterend af. Wie geeft er nou meer dan € 100,- voor een lucht die je niet kunt ruiken? Zijn rijke mensen écht zo gemakkelijk te bedonderen? Maar dan komt het verlossende antwoord van de stijve, Engelse verkoopster in haar vlijmscherp geperste uniform, met haar strakgetrokken knot en haar perfect gestifte vuurrode lippen: “It’s water!”
Schaamtevol zetten we de flesjes terug en maken we dat we wegkomen. Blijkbaar hebben toeristen van het Londense Harrods een populaire attractie gemaakt waar mensen – net als wij – alleen maar komen voelen aan veel te dure kleding en komen ruiken aan veel te dure parfums zonder ook maar enigszins de intentie te hebben om iets te kopen. Het warenhuis wilde deze attractie niet zijn en vulde dus alle demoflesjes met water. Echte klanten spuiten immers niet lukraak met dure parfums. Die weten wel beter.
Als je nog eens naar Londen gaat: sla Harrods maar over. Toeristen worden hier hartstikke bedonderd.