


“Moet jij geen blog schrijven?”, vraagt de vriend als ik ’s avonds in de tent zit na een dag vol activiteit. Een verhaal schrijven? Tja, dat zou eigenlijk wel moeten na zo’n dag, maar er plopt niets op. De inspiratie om ergens over te schrijven is volkomen afwezig. “Waar zou ik het over moeten hebben?”, vraag ik me hardop af. “Dat we in een glamping zitten op een camping in Drenthe?” Een glamping, omdat ik het even op mijn heupen heb, nog wat moet herstellen van een operatie en het kruip-door-sluip-door werk dat bij onze reguliere tent hoort tijdelijk iets te veel van het goede is. Glamperen is leuk, maar heeft werkelijk niets met kamperen te maken. Daar kan ik kort over zijn. Je verblijft gewoon in een huisje met muren van doek; dat is alles. Wie heeft er nou een volledige keuken, douche, toilet, wastafel en twee slaapkamers met normale bedden in zijn tent? En volop stopcontacten? Nee, glamperen is géén kamperen! Hier ga ik dus verder niets over schrijven.
Ik ga vandaag ook niet schrijven over de vele vogels die ik hier hoor en zie. Daar heb ik inmiddels wel genoeg blogs aan gewijd. En ik ga óók niet vertellen hoe gelukkig ik me voel als ik via slingerende paadjes het bos doorkruis. Of dat het bos zo heerlijk ruikt na een fikse regenbui. Dat is allemaal genoegzaam bekend. Zelfs het in de Drentse bossen zo rijkelijk aanwezige mos in wel 50 tinten groen is vandaag geen blog waard. Nee, laat mij maar gewoon even stil zijn. Stil, omdat ik vandaag dingen heb gezien, die ik liever niet had willen zien.
Tijdens een fietstocht passeerde ik het voormalig kamp Westerbork. Ik heb de fiets gestald en ben over het kampterrein gewandeld. Het is een groot terrein, deels nog omheind met het prikkeldraad van weleer. Buiten de commandantswoning, de restanten van een barak, een goederentrein en een wachttoren is er niet veel meer over van de verschrikkingen uit dit kamp. Kamp Westerbork gold voor meer dan 100.000 Joden als een tussenstop. Het kamp was ingericht als een ‘stad’ met een grote keuken, een bioscoop en zelfs een theater. Op de appèlplaats werden gymnastische oefeningen gedaan. Het kamp had relatief weinig bewakers. Dat kon prima, omdat de nazi’s het vuile plan hadden opgevat om de organisatie en de dagelijkse gang van zaken bij de Joden zélf onder te brengen. Zo bleven hun eigen handen schoon.
Wie een baantje kreeg in de organisatie was (even) veilig. Dus deed iedereen zijn uiterste best om een functie te bemachtigen, waar dan ook in het kamp. En zo kon het gebeuren dat zélfs het samenstellen van de transportlijsten door de Joden zelf werd uitgevoerd. Wie geen taak had, werd binnen een paar weken gedeporteerd naar vernietigingskampen elders in Europa. Maar liefst 93 transporten zijn er vanuit kamp Westerbork vertrokken. Transporten die gesymboliseerd worden door 93 palen. Met op elke paal een klein bordje met de naam van het vernietigingskamp en een getal. Een schrikbarend getal dat over mensen gaat.
Op het midden van het terrein vind ik het monument ‘De 102.000 Stenen’. De basaltblokjes staan symbool voor de 102.000 Joden, Sinti, Roma en verzetsmensen die vanuit Westerbork zijn gedeporteerd en de oorlog niet hebben overleefd. Achteraan op het terrein ligt het Nationaal Monument: de spoorrails met de opgekrulde uiteinden als symbool voor de wanhoop die hier gevoeld moet zijn. Vanuit een paar zuilen klinken verhalen en enkele panelen leggen uit wat hier gebeurd is. Niet eens zo heel veel informatie. Wel ruimte en stilte. Waar ooit meer dan 100 barakken stonden, is bij wijze van experiment kruidenrijk grasland ingezaaid. Als dit aanslaat, markeren kleurige velden de ellende van weleer.
Stil wandel ik over het terrein. Ik kan helemaal niet bevatten wat hier gebeurd moet zijn. Ik bezoek het nabijgelegen museum en wordt nog stiller dan stil.
En ’s avonds, als de vriend vraagt of er vandaag nog een blog wordt geschreven, blijft alles in mij stil. Want wat toen was en nooit meer had mogen zijn, is er nog altijd. Wat toen gebeurde, gebeurt weer en blijft alsmaar gebeuren. Het is nooit weg geweest. Het gaat niet weg. We hebben niets geleerd.
Wat kan ik anders dan stil zijn?


