Bomenmuseum Gimborn

Het staat er al ruim 100 jaar en toch had ik er nog nooit van gehoord: het Nationaal Bomenmuseum Gimborn in Doorn. Als je nu als babyboomer denkt: “Gimborn, Gimborn, die naam ken ik toch ergens van?”, dan klopt dat helemaal. Max Theodor Heinrich von Gimborn was dé bekende inktfabrikant. Wie ooit met een kroontjespen schreef, doopte de punt in de inktpotjes van Gimborn. In 1980 werd de Gimborn inktfabriek overgenomen door Pelikan. Wellicht dat die naam bij meer mensen bekend is.

Al op jonge leeftijd zag Max Gimborn goede handel in de productie en verkoop van inkten. Maar hij had nóg een passie: planten. Of meer specifiek: hij hield van naaldbomen. In de uitgestrekte tuin van zijn landgoed begon hij met het verzamelen van dennenbomen. Maar de bomen deden het niet al te best op de natte kleigrond in zijn tuin. Van opgeven wilde Gimborn echter niets weten. Hij kocht 47 ha grond in de omgeving van Doorn en legde op deze hoge, droge zandgronden gewoon opnieuw een arboretum aan. Om dicht bij zijn geliefde bomen te zijn, wilde Gimborn in het park een riante villa bouwen, maar dat ging niet door. Gimborn raakte in financiële problemen en moest uiteindelijk de helft van de grond weer verkopen. Na zijn dood in 1964 kwam het arboretum in beheer bij de universiteit van Utrecht. Na jaren van verwaarlozing nam een Stichting het beheer over. Nog altijd runnen vrijwilligers met veel kennis, inzet én bevlogenheid deze wereldberoemde tuin.

De meeste tuinen met een uitzonderlijke collectie aan bomen en planten staan te boek als een arboretum. Maar in Doorn transformeerde het arboretum tot een Bomenmuseum. Het museum bevat een unieke collectie aan bomen en struiken afkomstig uit álle delen van de wereld. Deze compleetheid én het vele wetenschappelijk onderzoek dat hier gedaan wordt, maken het Bomenmuseum zo uniek. Alle bomen, struiken en planten zijn in de voorbije jaren verzameld tijdens expedities of als zaad geruild met andere arboreta of botanische tuinen wereldwijd. Sommige exemplaren zijn uiterst zeldzaam. Het Bomenmuseum doet er dan ook alles aan om dit botanisch erfgoed voor de toekomst te bewaren.

Noem een boom en hij staat in het Bomenmuseum. Bomen die bekend staan als reuzenvariant, zijn vaak ook te bewonderen als gekweekte dwergvariant. Iets wat ik een beetje raar vind. Waarom hebben mensen toch de behoefte om een majestueuze boom, die wel 25 tot 40 meter hoog kan worden, terug te kweken naar een minivariant van 2 meter? ‘Laat vooral groot wat zo indrukwekkend groot is’, zou ik zeggen. Maar daar denken ze in het Bomenmuseum heel anders over.

Het gaat te ver om alle bijzondere bomen op te noemen. Je kunt beter zelf een keer naar het Bomenmuseum gaan. Maar één boom moet ik wel vermelden: de ambtenarenboom. De boom wordt zo genoemd, omdat hij perfect aansluit bij álle clichés die over ambtenaren bekend zijn. De boom komt namelijk uitermate traag op gang en staat pas laat in het voorjaar in blad (ambtenaren beginnen de dag laat). In het najaar verliest hij als eerste zijn bladeren (ambtenaren gaan vroeg naar huis). De ambtenarenboom bloeit uitsluitend in de zomervakantie als iedereen vrij is (ambtenaren zijn alleen blij als ze vakantie hebben). De vriend, die bijna zijn hele werkzame leven bij overheden heeft gewerkt, vond de typering uitermate kloppend. Tenminste voor zover het zijn collega’s betrof. Zelf was hij jarenlang ’s morgens in alle vroegte al op weg naar het werk om pas ’s avonds laat, na een drukke werkdag, thuis te komen. De ambtenarenboom is natuurlijk gewoon een bijnaam voor de Trompetboom en ook die naam past perfect. Kijk maar eens naar uitbundige trompetten waarmee de boom ’s zomers bloeit.

Het is écht een aanrader om het Nationaal Bomenmuseum Gimborn te bezoeken, maar neem voldoende tijd om alles goed te bekijken. Ga op zoek naar de machtige Amerikaanse mammoetbomen (Sequoia) van meer dan 35 meter hoog. Ontdek de zeldzame eiken en de vele kleurrijke esdoorns, de prachtige bamboebossen, de lampenpoetserstruik en de wilde kardinaalsmuts. Schuil even onder het bladerdak van de grote treurbeuk en voel hoe de boom je omarmt. En vergeet niet over een blaadje van de pindakaasboom te wrijven want dan ruik je… Precies: pindakaas.

Het Nationaal Bomenmuseum: te mooi om niet te gaan!