Achterom komen en binnenwippen

Nee, dat doen we tegenwoordig niet meer: achterom komen of spontaan binnenwippen. Dat is zó 1970. Veel huizen hebben niet eens meer een achterom en bij de huizen die er nog wél een hebben, zit de poort structureel op slot. Het is immers al lang niet meer de bedoeling dat je achterom komt. Bezoek dient zich te melden aan de voordeur door aan te bellen. Die dure, op afstand bedienbare camera hebben we toch niet voor niets geïnstalleerd? We willen weten wie er aan de voordeur staat, zelfs als we niet thuis zijn.

Natuurlijk is er best nog wel ergens in ons land een dorp te vinden waar je achterom mag komen. Waar de voordeur nooit gebruikt wordt, niet eens een bel heeft, om de doodsimpele reden dat er nooit iemand aan die deur komt. In dat soort huizen komt zelf de pakketbezorger achterom. Maar met uitzondering van deze sporadische dorpen die een goede gewoonte dapper in stand proberen te houden, loopt het ‘kom maar achterom-beleid’ in Nederland hard terug. Op de meeste plekken bestaat het al niet meer. ‘Verloren gegaan cultureel erfgoed’ als je het mij vraagt, net als het touwtje uit de brievenbus.

Bij ons thuis gebeurde het vroeger met regelmaat dat een buurvrouw onaangekondigd in de keuken stond. Omdat ze verlegen zat om een praatje of een kopje suiker kwam lenen. Moet je nu eens proberen: een kopje suiker lenen bij de buren. Zeker weten dat je héél gek aangekeken wordt. Maar vroeger (zo’n beetje tot 1990) was het heel normaal om elkaar even vooruit te helpen met goede raad, een kopje suiker of een kannetje melk.

Als de buurvrouw in kwestie zo gauw niemand aantrof in de keuken of huiskamer, bijvoorbeeld omdat mijn moeder boven bezig was met de was en wij, kinderen, buiten speelden, bleef de buurvrouw in de keuken staan. Dan riep ze hard en langgerekt: “KOOOEEEEHOOOEEEE, MEVROUW SCHAAAAAAAALKEN”. En dan kwam mijn moeder naar beneden en maakte ze tijd voor een praatje of net wat de buurvrouw nodig had.

De buurvrouw bleef nooit lang. Zij wist natuurlijk als geen ander dat mijn moeder het druk had met het huishouden en de zorg voor vier kinderen. Weet je wel hoeveel was dat geeft en hoeveel aardappelen je elke dag moet schillen? Stipt om 17.30 uur stond het eten op tafel; elke dag. En iedereen was er dan ook. Nee, in die tijd kende je elkaars agenda wel. Je kon vooraf prima inschatten of je welkom was of niet.

Tegenwoordig kun je daar geen peil meer op trekken. Spontaan langswippen is dan ook absoluut niet meer de bedoeling. Dat komt zelden tot nooit goed uit. Tegenwoordig stuur je eerst een appje – of liever een signalbericht – en dan mag je blij zijn als er – na veel berichten over en weer – ergens een gaatje gevonden wordt in die drukke agenda’s. Zelfs om elkaar telefonisch te pakken te krijgen, moet ik tegenwoordig steeds vaker eerst via de app tot een afspraak zien te komen. Ook voor een spontaan belletje hebben we geen tijd meer (of we hebben er geen zin in; dat kan natuurlijk ook).

We zijn druk, heel druk. En als we dat niet zijn, willen we de indruk wekken dat we met van alles bezig zijn en vooral niet NIKS zitten te doen. Terwijl er inmiddels boeken volgeschreven worden over de waarde van NIKSEN en over het toelaten van ruimte in je agenda. Volgens deskundigen van verschillend pluimage moeten we ons meer ontspannen. Niet altijd AAN-staan, maar ook eens even niets doen. Laten gebeuren wat er spontaan gebeurt. Tijd nemen voor een praatje, voor onverwachts binnenwippen. Tijd voor verrassingen en echt contact.

Dus toen ik deze week door mijn vroegere woonplaats reed, heb ik het gewoon gedaan. Zonder aankondiging stond ik bij een vriendin in de keuken. “Tijd voor een bakkie?”, vroeg ik haar. En die tijd was er. “Blijf je eten?”, vroeg zij weer na een boeiend gesprek van dik een uur. En ik kon geen enkele reden bedenken waarom ik dat niet zou moeten doen. Toen ik om 22.00 uur naar huis ging, zei ze: “Moet je vaker doen: onverwachts binnenwippen. Is gezellig!”

Na dit succes heb ik besloten om het ‘verloren gegane erfgoed’ weer in ere te herstellen. Als je de poort van het slot haalt, kom ik achterom. En als je niet meer zo druk doet, kom ik onverwachts. En dan roep ik keihard: “KOEHOOOEEEE, IS DAAR IEMAND?” en dan hoor ik wel of het uitkomt of niet.

Wel zo gezellig: achterom komen en spontaan binnenwippen