Mannen

Geheel onbedoeld was ik de afgelopen week nogal vaak in achterbuurten te vinden. In van die smalle straatjes met grote gaten in het wegdek en grauwe huizen met verrotte kozijnen en kapotte ramen. Huizen waar een lik verf al lang geen zin meer heeft. Alles is al volgespoten met graffiti: rare figuren en onleesbare teksten en heel veel ‘fuck this or that’.

Ik ben een weekje in Lissabon. Een prachtige stad gebouwd op maar liefst 7 heuvelen. En dat betekent klimmen en dalen via talrijke kruipdoor, sluipdoor weggetjes en trappetjes. Het is echt de moeite waard om deze stad tot in detail te verkennen; al zul je de achterbuurten zo af en toe voor lief moeten nemen.

Overigens zijn het niet die aftandse huizen en straten die een achterbuurt zo luguber maken. Nee, het zijn de mannen die er rondhangen. Vrouwen kom je hier niet tegen al moeten ze er wel zijn. Wie anders heeft het wasgoed buiten gehangen? Mannen domineren in dit soort straten. Ze hangen in groepen bij elkaar, praten druk en hard en roepen en schreeuwen. Ze drinken bier en steken de ene sigaret met de andere aan. Aan de geur van vette joints en pis is hier nauwelijks te ontkomen. Honden lopen luidblaffend achter mensen aan of zoeken naar etensresten tussen de grote bergen afval. In een portiek ligt een slapende voddenbaal. Op een bankje staart iemand met lege ogen voor zich uit. Al deze vreemde figuren zijn donker gekleed, dragen een cap of muts en hebben een hoody diep over de ogen getrokken. Hier lijkt van alles te gebeuren wat het daglicht niet verdraagt.

Om bij mijn overigens nette hotel te komen, moet ik zo’n straat trotseren. En dat terwijl de reisgids nadrukkelijk adviseert om deze buurt en de bijbehorende metro te vermijden. Maar ja… na een dag vol ontdekkingen over het mooie Lissabon, moet ik toch weer terug naar mijn hotel en het gaat mij te ver om iedere keer een taxi te nemen. Dus zet ik mijn zonnebril op, trek mijn capuchon over mijn hoofd, grijp de vriend stevig bij de hand en loop als enige vrouw met ferme tred door de meest enge straat die een vrouw zich maar kan bedenken. Het is angstig, intimiderend en fascinerend tegelijkertijd. Want waarom ben ik nou zo bang in een straat vol donkere mannen?

Opgelucht haal ik adem als ik bij het hotel aankom en de deur achter mij met een stevige klap in het slot valt. Ik bevrijd mij uit de knellende handgreep van de vriend. Het lijkt wel of hij ook een beetje bang was. Hij is dan wel groot, maar ook hij kent de regels van de straat natuurlijk niet.

Onder een strakblauwe hemel met een uitbundige zon loop ik de volgende morgen weer door dezelfde straat op weg naar de prachtige wijken van Lissabon die verder verkend moeten worden. Er is zoveel moois te zien in deze stad met haar kleine straatjes, de vele trappen, trammetjes en indrukwekkende kerken en kastelen. Uit een van de huizen klinkt prachtige muziek. Het is een fado waarin het lot zo aangrijpend bezongen wordt. Ook nu is de straat alleen maar bevolkt met donkere mannen; nog altijd laat geen vrouw zich zien. Maar in het stralende licht van de ochtendzon zijn mannen een stuk minder eng dan in het holst van de nacht.

Mannen… het blijven angstaanjagende wezens.

2 gedachten over “Mannen

  1. Ik woon in een beruchte woonwijk. Ik noem het al jaren mijn thuis.

    Wanneer ik een heel enkele keer in een andere beruchte woonwijk moet zijn voel ik mij ontheemd ietwat onveilig.

    Het waarom begrijp ik niet.

    Mooi blog!

    Vredelievende groet,

    Like

Plaats een reactie