


Had ik maar zo’n restaurantje in mijn eigen woonplaats. Of nog beter: kon ik thuis maar zo lekker en gezond koken. De boodschappen doen ze hier alleen maar lokaal. De groenten zijn seizoensgebonden. De vis is vers gevangen en het vlees afkomstig van biologische boeren. Overgebleven groentes en fruit worden gefermenteerd of ingemaakt. Hier is voedsel een kostbaar goed waarvan niets verloren mag gaan.
Nou staat Duitsland bij mij niet echt bekend om zijn verfijnde keuken. Uit eten gaan tijdens mijn vakantie op het eiland Rügen in het noordoosten van Duitsland, had ik dan ook op voorhand maar van het to-do-lijstje geschrapt. Toch belandde ik – geheel per toeval – op een dag in een piepklein restaurantje. Zo klein dat ik er zomaar aan voorbij had kunnen lopen. Maar de regen die al veel te lang genadeloos neerkletterde, irriteerde me inmiddels zodanig dat ik gewoon naar binnen werd getrokken in dat kleine restaurantje.
Ik had geluk. Er was nog één tafeltje vrij en niet gereserveerd voor deze avond. Ik mocht plaatsnemen “onder voorwaarde dat ik geen haast had en open stond voor een culinair avontuur”, zo liet de vriendelijke gastheer weten. Nee, haast had ik niet en een culinair avontuur klonk uitermate aantrekkelijk. Maar wat nou als ik met mijn regencape nog aan en mijn paraplu in de afdruipstand – geheel onwetend – in een driesterrenrestaurant was beland en aan het einde van de avond een gepeperde rekening zou ontvangen? “Nou dat is het mij wel waard”, zei de vriend laconiek, “als we het dan leuk hebben gehad. Op deze natte avond kunnen we toch niks anders doen.”
We nemen plaats aan het tafeltje bij het raam. Aan een grote ronde tafel in de hoek zitten vier jonge mensen. Verder zijn er twee tafeltjes met twee gasten en twee tafeltjes met elk één persoon. Tien gasten en dat is meteen het maximum voor dit fraaie etablissement. Op de achtergrond: rustige muziek; niet te hard, niet te zacht. Iedereen is verdiept in het gesprek met zijn/haar tafelgenoot of kijkt rustig rond. “Ik heb ook nog niet één keer de telefoon in het restaurant over horen gaan”, merkt de vriend op als ik constateer dat hier werkelijk niemand met zijn telefoon bezig is. En wat blijkt: dit restaurant heeft helemaal geen telefoon om de simpele reden dat ze niet gebeld willen worden. Hier besteden ze alle aandacht aan het eten en aan de gasten.
Het restaurant is maar vier dagen per week geopend om medewerkers niet op te zadelen met ellenlange werkweken. De visie op eerlijk en goed eten gaat hier samen met de visie op leven en welzijn. Op de kaart geen Bratwürst, Schnitzel of friet, maar mooie namen voor langzaam gegaard vlees of vers gevangen vis uit de nabijgelegen Ostsee gedrapeerd op een bedje van pastinaakfrietjes en gegrilde groenten.
Als voorgerecht kies ik voor versgebakken zuurdesembrood met zelfgeslagen boter aangevuld met een variëteit aan gefermenteerde groenten. Bij het dessert ga ik voor een uitzonderlijk lekkere parfait omkleed met duindoornbessen en een vleugje likeur. Duindoorn is zo’n beetje het handelsmerk van Rügen. Het zit bomvol vitaminen, is supergezond, maar vooral heel lekker.
Zoals gemeld bij binnenkomst is ‘haast’ in dit restaurantje uit den boze en ook keuzestress komt hier niet voor. De menukaart is beperkt en wisselt slechts per kwartaal. Snel kiezen lukt nog wel, maar vervolgens laat elke gang lekker lang op zich wachten. Hier geniet je van een verfrissend biertje of een goed glas wijn en voer je de mooiste gesprekken. Over wat je hebt meegemaakt of waar je van droomt. Over wat je nog allemaal wilt gaan zien van de wereld. Hoe je zult reizen, wanneer en met wie. Waar je van geniet, waar je bang voor bent of waar je afscheid van hebt genomen. Juist voor dit soort gesprekken heb je hier alle tijd. Eten is hier niet iets dat snel moet gebeuren, maar een manier van aandachtig samenzijn. Eten als onderdeel van een leefcultuur die mij wel bevalt. Zo wil ik het thuis ook.
Al is de vriend iets minder enthousiast over het tempo in dit restaurantje. Als we na twee uur nog altijd geen hoofdgerecht hebben, wordt hij ongeduldig. “Ik heb nu alles wel zo’n beetje met jou besproken wat besproken kon worden”, verzucht hij. “Ik heb honger en ik wil niet te laat naar huis. Dat hoofdgerecht mag nu onderhand wel eens op tafel komen”, voegt hij er geïrriteerd aan toe. Maar ja, haast kennen ze hier niet. De kok laat zich door niemand opjagen ook niet door de knorrende maag van mijn hongerige vriend. De kok neemt zijn tijd. Zoveel tijd als nodig is om het vlees langzaam te laten garen en de bordjes perfect te decoreren. Voor de vriend werd het die avond veel en veel te laat, maar een culinair avontuur was het zeker.
Slow, slow, slowwwww