Guacamole

“Zurg dè gu nie in de kwakkemole terecht komt”, zegt een mevrouw tegen mij als we samen moeten wachten in de kliniek voor orthopedische problemen. Ik heb niet meteen een reactie op deze goedbedoelde aanbeveling, want ik weet echt niet wat de mevrouw bedoelt met haar opmerking ‘dat ik niet in de kwakkemole terecht moet komen’

Als ik haar dan ook met enige verbazing aankijk, gaat ze in onvervalst Brabants dialect verder. “Gu ziet het wel, hier komme vooral ouwe mense die vanalles mankere. Dan weer di, dan weer dè. Ik witter alles van. Ik hè al unne uitgebreide onderhoudsbeurt achter de rug. Eerst menne golesterol die veels te hoog was, toen pijn op de borst en nu hek het wir op munheupe. Ze hebbe dur al een paar injecties ingejast, maar dè helpt oknie. Nou wor het dus unne opérasie. Eerst het ene en dan het andere been. Ik ben al aardig op leeftijd dus bij mij kunde dè allemaal wel verwachte, maar gè bent nog veuls te jong om hier te zijn. Wè is er eigenlijk met jou aan de hand?”

Ik vermoed dat de mevrouw nu verwacht dat ik mijn medische dossier ga bespreken, maar daar heb ik helemaal geen zin in. Met een vriendin heb ik de afspraak dat we bij een visite maximaal 15 minuten mogen zeuren over onze kwaaltjes, zodat we daarna weer verder kunnen met vrolijkere zaken. Maar deze mevrouw is geen vriendin; ze is een wildvreemde. “Ik kom voor een injectie in mijn heup”, geef ik toch maar iets prijs in de hoop dan klaar te zijn. Maar zo gemakkelijk laat de mevrouw zich niet afpoeieren. “Dè is het begin van unnen hoop ellende die er geheid achteraankomt”, laat ze me bemoedigend weten. “Zurg dè gu nie in de kwakkemole terecht komt,” benadrukt ze nog maar eens, “want dan is het ent hullemal zoek!”

En opeens realiseer ik me wat de mevrouw nu eigenlijk zegt. Waar ik de hele tijd ‘guacamole’ verstond en totaal geen relatie kon leggen tussen deze lekkernij en mijn aanwezigheid in de kliniek, had de mevrouw het over de ‘kwakkelmolen’. Dáár moet ik volgens haar uit zien te blijven. Nu begrijp ik het! Ik glimlach naar de mevrouw en bedank haar – nu meer oprecht dan zojuist – voor haar goede adviezen. “Ik zal er alles aan doen om uit de kwakkelmolen te blijven,” beloof ik haar, “want inderdaad: daar ben ik nog veel te jong voor.”

Dank voor uw advies en dit compliment mevrouw.

Dat het Brabants dialect wel vaker tot verwarring leidt lees je in ook in het eerder gepubliceerde verhaal: ‘Hedde kaol henne.

Plaats een reactie