


Gezellig zitten ze aan een tafeltje op het terras, terwijl het zonnetje vriendelijk schijnt. Na weken van regen, regen en nog eens regen, kunnen de zes vriendinnen eindelijk weer eens naar buiten. Lekker lunchen en ‘even wijnen’ hoor ik hen zeggen. “Ooooo ik ben hier zoooo aan toe”, laat een van de dames zich ontvallen.
Ze heeft zich voor dit moment extra mooi uitgedost. Strak gestreken witte kuitbroek. Lila truitje met bijpassend kanten bloesje er onder. En natuurlijk een parelketting. De haren zijn keurig gekapt; er ligt geen haartje verkeerd. Hoeveel haarlak zou er gespoten zijn om het kapsel in zo’n perfecte kromming rondom haar hoofd te leggen? Haar bril is naar de laatste mode: 8-kantig en goudkleurig. Haar ogen zijn zwart omrand met blauwe oogschaduw en haar lippen – die inmiddels wat te lijden hebben onder de vele rimpels – zijn vurig rood gestift. Zelfverzekerd kijkt ze rond over het terras. Ze voelt zich mooi en ze geniet.
De andere dames zijn een stuk minder opvallend al doen ook zij zeker hun best om niet als ‘oud’ gekwalificeerd te kunnen worden. De knokige voeten zijn weggestopt in hippe sneakers. Beige of zwart, dat dan weer wel, maar met gouden versierseltjes, want blingbling is van alle leeftijden. De een heeft het grijs geaccepteerd en brengt het haar wekelijks in model met een watergolfje. De ander verft de steeds dunner wordende haren volhardend met té donker bruin. ‘Van achteren lyceum, van voren museum’, mompel ik zachtjes in mezelf.
Het valt mij op dat alle dames de wenkbrauwen met een uitbundige boog op het gezicht hebben getekend. Ik vermoed dat er eentje mee is begonnen en dat zij de anderen met de nodige aandrang heeft geadviseerd hetzelfde te doen. ‘Haalt je gezicht zo lekker op!”, niet beseffend dat de zorgvuldig aangebrachte bogen het gezicht juist clownesk maken.
Als ik stiekem hun gesprek afluister, hoor ik een van de dames me een zwaar doorrookte stem en in onvervalst Brabants dialect zeggen: “Mèndugedènou? Is dè nou werkulukwoar? Hettie dè gezeedgehad? Hettie dè gedoan?” En vrolijk wordt er over van alles en iedereen geroddeld.
Weggedoken achter de kaart sla ik het bijzondere gezelschap gade. Want ook ik zit op het terras; gewoon in mijn alledaagse kloffie, nauwelijks opgemaakt, zonder mijn vriendinnen en slechts met een tosti en een kopje thee. Maar ik ben dan ook nog geen ‘dame van een zekere leeftijd’. Ik heb het vandaag gewoon druk met allerlei verplichte zaken. Bovendien ben ik slechts de voorbijganger in dit verhaal.
Haha erg mooi beschreven.
Dank je, heb weer eens hartelijk gelachen.
LikeLike